dinsdag 29 mei 2012

Ik heb de zon zien zakken in het meer

De knoop is doorgehakt. Ik heb voor de eerste keer sinds ik in Malawi toegekomen ben, mijn rugzak omgebonden en ben een paar dagen op reis geweest: vijf dagen naar Cape Maclear, een idyllisch plekje aan het Malawimeer.

Voor de geschiedkundigen onder ons een kleine toelichting: in 1861 bezocht David Livingstone (“Dr. Livingstone, I presume”) deze plaats. Hij noemde ze naar zijn vriend Thomas Maclear, een astronoom aan Kaap de Goede Hoop. De ontdekkingsreiziger was zo enthousiast over de omgeving, dat hij besloot hier een missie te stichten. Dit werd de Livingstonia missie (1875-1881). (Malawi, the Bradt Travel Guide, Philip Briggs, April 2010 5e editie, p134)

Tegenwoordig is Cape Maclear een vissersdorp met een aantal lodges voor toeristen. Een heel aangename plek. Wat het bijzonder maakt, is dat er een goede mix is van toeristen en plaatselijke bewoners en activiteiten. Beide groepen leven als het ware door en naast elkaar. Op veel plaatsen heeft toerisme de neiging het plaatselijke leven te verstoren. Hier lijkt dit (voorlopig) nog niet het geval en krijg je het gevoel dat het toerisme zich harmonieus ontwikkelt zonder het vissersdorp volledig op zijn kop te zetten. Laten we hopen dat dit zo blijft!

Cape Maclear zelf mag dan al aanvoelen als een klein stukje paradijs. De tocht erheen en terug zou ik eerder als het omgekeerde beschrijven: een helse onderneming! Om naar Cape Maclear te gaan neem je eerst een bus van Lilongwe naar Monkey Bay, een stadje op een 20km van de eindbestemming. Aangezien er vanaf dat punt geen openbaar vervoer meer is, stap je daar over op een pick-up.

Als goed-georganiseerde reiziger had ik mij vooraf grondig geïnformeerd over waar en wanneer de bus zou vertrekken. De dag van vertrek stond ik dan ook om 6u45 ’s ochtends aan het busstation. Ruim op tijd voor de bus die om 7u30 zou vertrekken. Als eerste kon ik mijn plaats kiezen in een nog lege bus. De bus zelf was oud, comfortloos maar in mijn ogen toch nog doenbaar. De grootste verschillen met onze reisbussen zijn: harde stoelen, rijen van twee + drie stoelen, en geen toilet of andere voorzieningen.


Langzaam begon de bus vol te lopen. Om een lang verhaal kort te maken: uiteindelijk zijn we vertrokken om 8u50 met een bus waarop elke stoel bezet was, en er daarnaast nog zeker 25 man rechtstond in de gang plus een stapel bagage ergens vooraan tussen de chauffeur en de eerste zetels. En, niet te vergeten: hier en daar een kip die op schoot gehouden werd. Het begin van een lange, oncomfortabele, onwelriekende rit. Romantiek was ver te zoeken! Als ik heel eerlijk ben, vond ik het zelfs niet interessant, gewoon intriest eigenlijk.

In Malawi bestaat er een wet die het verbiedt dat transportmiddelen overladen zijn. Deze wet wordt ook strikt gecontroleerd… Wat vooral inhield dat we tijdens de zes uur durende reis zeker vijf keer werden tegengehouden door de wegpolitie. Na wat gepalaver, en vermoedelijk wat geld, mocht de bus steeds opnieuw vertrekken. Een paar keer moest de hele bus ontruimd worden. Minstens honderd mensen laten in- en uitstappen is een tijdrovende bezigheid! Telkens vroeg ik me af waar al dat volk maar vandaan bleef komen.

Na een veel te lange reis kwam ik aan in Monkey Bay waar ik onmiddellijk kon overstappen op een jeep met laadbak. Ook hier geldt de regel: niet vertrekken zolang de wagen niet minstens dubbel zo vol zit als eigenlijk haalbaar is. Toch was het laatste stukje van mijn reis stukken aangenamer. We reden door een mooi, onbewoond, heuvelachtig landschap. Op één plaats heb ik zelfs een aap gezien (Juj, mijn eerste exotische dier hier!). Aangezien het transport veel te zwaar geladen was, moest een deel van de passagiers uitstappen telkens we aan een nieuwe helling begonnen. Zoniet geraakte de jeep nooit boven.

Eindelijk, rond 16u ’s middags, kwam ik aan in Cape Maclear. Lichtelijk geradbraakt en mezelf al afvragend waarom ik in godsnaam het lumineuze idee gekregen had op reis te gaan! Een blik op de eindbestemming maakte echter veel goed: dit was het afzien waard! Een wit zandstrand, palmbomen en een uitgestrekte watervlakte zo ver je kon kijken. De lodge waar ik verbleef was ook dik in orde: een aangename dorm aan het strand en meer, goede bedden én (niet onbelangrijk) goed sanitair met warme douches! Jaja, een echte douche waar warm, stromend water uitkomt. Na twee maanden een emmer met warm water, was dit zowat de grootste luxe die ik me kon inbeelden! Puur genieten :)

De drie dagen dat ik in Cape Maclear was, heb ik op zich geen grootse dingen gedaan: aan het strand liggen, lezen, af en toe zwemmen, met de voeten in het water een lange strandwandeling maken, één dag met een bootje mee naar een eilandje om er te snorkelen (visjes in alle kleuren van de regenboog), verse vis en ander lekkers eten. Gewoon heel erg genieten van het zalig weinig doen. En de batterijen opladen om een paar dagen later vol goede moed aan de terugreis te beginnen!





 Over mijn laatste nacht in Monkey Bay, het stadje van waaruit ik de dag nadien in alle vroegte de bus terug naar Lilongwe moest nemen, en het onaangenaam ontwaken midden in de nacht in een bed vol mieren, ga ik hier niet uitweiden. Noch over de terugrit die even onaangenaam was als het opgaan. Kwestie van de idylle niet te veel te doorprikken.

Moraal van het verhaal: zalig mooie plekjes bestaan, alleen moet je er soms wat voor over hebben om er te geraken en ze met eigen ogen te aanschouwen. Gelukkig heeft een mens de neiging vooral het goede te onthouden, en het minder aangename snel uit zijn geheugen te wissen. Terug thuis was het eerst dat ik dacht dan ook: dit smaakt naar meer!!!




dinsdag 15 mei 2012

Bikke bikke bik, hap hap hap

Voor wie van eten houdt, is Malawi op culinair vlak lichtjes teleurstellend. Het overheersende voedsel hier is “nsima”. Heel concreet betekent dit dat het dieet van de gemiddelde Malawiaan bestaat uit nsima, nsima en nog eens nsima, aangevuld met een kleine portie relish.

Nsima is eigenlijk gewoon maïsmeel. Dit wordt gemengd met water en als een grote, plakkerige, witte brei opgewarmd. In mijn ogen smaakt het eigenlijk naar niets. Slecht kan je het niet noemen, alleen zeer smaakloos.

Relish is wat men bij de nsima eet, een bijgerecht als het ware. Relish kan zowat alles zijn. Meestal zijn het groentjes: pompoenblaren, bonen, aubergines, tomaatjes, ander groen dat men in de tuin vind en eetbaar is. Vlees zou ook kunnen, maar dit is een ware luxe en veel mensen eten dan ook maar een zeer zeldzame keer wat vlees. De hoeveelheid relish bij een maaltijd is, in verhouding met de nsima, onbeduidend klein. 1/5 versus 4/5 schat ik.

De mensen hier eten nsima met de handen. Ze draaien er bolletjes van, nemen er een beetje relish bij en eten zo hun maaltijd.

Het dieet van mensen die weinig middelen hebben bestaat bijna uitsluitend uit nsima met wat relish. Om de kosten voor voedsel te drukken, beperkt men zich vaak tot één enkele maaltijd per dag: de lunch.

Zelf volg ik gelukkig niet het Malawiaanse dieet. Een enkele keer nsima kan er door, maar meer liever ook niet. Mijn ontbijt bestaat uit toastbrood (zo van dat voorverpakt typisch toastbrood) met huisgemaakte jam (mango, guava of ananas) en een tas thee. Als lunch en avondmaal eet ik pasta, rijst of patatjes met een kleine portie groentjes. Groentjes zijn bijna altijd sla, aubergines, tomaatjes, ui. Een eitje is er ook van tijd tot tijd. Geen vlees. Sinds ik in Malawi ben, ben ik praktisch vegetarisch, gewoon omdat vlees hier zelden wordt gegeten. Enkel als ik uit ga eten, kies ik meestal iets met vlees. Kwestie van de schade in te halen ;) Alhoewel, als ik heel eerlijk ben, mis ik het gebrek aan vlees hier eigenlijk niet echt.

Van uit eten gesproken, dat is telkens weer een feest! Om de eentonigheid van de maaltijden wat te breken, probeer ik één keer in de week uit eten te gaan. En op dat vlak heb je best wat keuze: een echte Italiaanse pizzeria, overheerlijk Indisch, vegetarische fastfood, Chinees, Koreaans, westers geïnspireerde maaltijden,… Ik heb nog niet alles kunnen proberen, maar heb me voorgenomen de beste lokale adresjes te leren kennen alvorens ik weer huiswaarts keer! En, wanneer ik binnenkort eens naar het Malawimeer op uitstap ga, staat (hopelijk) versgevangen vis zeker op het menu :-)

donderdag 10 mei 2012

Leven van zes tot zes

Mijn leven verloopt hier volgens een ander ritme dan in België. Dit was even wennen in het begin, en wordt zeker een hele aanpassing eenmaal terug in België. Het komt er eigenlijk op neer dat ik hier leef van zes tot zes.

Aangezien Malawi niet ver onder de evenaar ligt, zijn alle dagen even lang. De zon komt op tussen 5u30 en 6u00, en gaat terug onder tussen 17u30 en 18u. Eenmaal donker, na 18u, valt er eigenlijk weinig te beleven. Je merkt dat het leven hier het ritme van de zon volgt.

Om zoveel mogelijk uit mijn dag te halen sta ik dan ook zelf elke dag om 6u op. En ja, voor mij is dit een hele prestatie en even wennen in het begin! Uitslapen doe ik zelden. En dan nog sta ik op om 7u30, of uitzonderlijk eens om 8u. Het leven is hier voor de vroege vogels :)

Om 18u is het hier weer stikdonker en valt alle bedrijvigheid stil. Eenmaal donker blijven de meeste mensen thuis. De straten zijn bijna verlaten en overal wordt het stil. Veel valt er na 18u niet meer te beleven. Een avond- of nachtleven lijkt hier bijna onbestaand.

Zelf vul ik mijn meeste avonden in met lezen (stapels boeken draai ik er hier door) of wat op mijn computer werken. Klokslag 21u, vaak zelfs vroeger, duik ik op een doorsnee avond mijn nest in.

Eén, soms twee keer in de week, probeer ik ’s avonds toch eens buiten te komen. Dan ga ik iets eten met andere mensen die hier logeren, iets drinken of (op zaterdag) uit naar de plaatselijke trendy club om even uit de bol te gaan en toch eens een danspasje te placeren :)

Tot zover mijn nieuwe levensritme hier. Op zich kan ik er mij best in vinden. Alleen het vroege slapengaan, hoop ik eenmaal terug in België snel weer af te leren!