Voor de geschiedkundigen onder ons een kleine toelichting: in 1861 bezocht David Livingstone (“Dr. Livingstone, I presume”) deze plaats. Hij noemde ze naar zijn vriend Thomas Maclear, een astronoom aan Kaap de Goede Hoop. De ontdekkingsreiziger was zo enthousiast over de omgeving, dat hij besloot hier een missie te stichten. Dit werd de Livingstonia missie (1875-1881). (Malawi, the Bradt Travel Guide, Philip Briggs, April 2010 5e editie, p134)
Tegenwoordig is Cape Maclear een vissersdorp met een aantal lodges voor toeristen. Een heel aangename plek. Wat het bijzonder maakt, is dat er een goede mix is van toeristen en plaatselijke bewoners en activiteiten. Beide groepen leven als het ware door en naast elkaar. Op veel plaatsen heeft toerisme de neiging het plaatselijke leven te verstoren. Hier lijkt dit (voorlopig) nog niet het geval en krijg je het gevoel dat het toerisme zich harmonieus ontwikkelt zonder het vissersdorp volledig op zijn kop te zetten. Laten we hopen dat dit zo blijft!
Cape Maclear zelf mag dan al aanvoelen als een klein stukje paradijs. De tocht erheen en terug zou ik eerder als het omgekeerde beschrijven: een helse onderneming! Om naar Cape Maclear te gaan neem je eerst een bus van Lilongwe naar Monkey Bay, een stadje op een 20km van de eindbestemming. Aangezien er vanaf dat punt geen openbaar vervoer meer is, stap je daar over op een pick-up.
Als goed-georganiseerde reiziger had ik mij vooraf grondig geïnformeerd over waar en wanneer de bus zou vertrekken. De dag van vertrek stond ik dan ook om 6u45 ’s ochtends aan het busstation. Ruim op tijd voor de bus die om 7u30 zou vertrekken. Als eerste kon ik mijn plaats kiezen in een nog lege bus. De bus zelf was oud, comfortloos maar in mijn ogen toch nog doenbaar. De grootste verschillen met onze reisbussen zijn: harde stoelen, rijen van twee + drie stoelen, en geen toilet of andere voorzieningen.
In Malawi bestaat er een wet die het verbiedt dat transportmiddelen overladen zijn. Deze wet wordt ook strikt gecontroleerd… Wat vooral inhield dat we tijdens de zes uur durende reis zeker vijf keer werden tegengehouden door de wegpolitie. Na wat gepalaver, en vermoedelijk wat geld, mocht de bus steeds opnieuw vertrekken. Een paar keer moest de hele bus ontruimd worden. Minstens honderd mensen laten in- en uitstappen is een tijdrovende bezigheid! Telkens vroeg ik me af waar al dat volk maar vandaan bleef komen.
Na een veel te lange reis kwam ik aan in Monkey Bay waar ik onmiddellijk kon overstappen op een jeep met laadbak. Ook hier geldt de regel: niet vertrekken zolang de wagen niet minstens dubbel zo vol zit als eigenlijk haalbaar is. Toch was het laatste stukje van mijn reis stukken aangenamer. We reden door een mooi, onbewoond, heuvelachtig landschap. Op één plaats heb ik zelfs een aap gezien (Juj, mijn eerste exotische dier hier!). Aangezien het transport veel te zwaar geladen was, moest een deel van de passagiers uitstappen telkens we aan een nieuwe helling begonnen. Zoniet geraakte de jeep nooit boven.
Eindelijk, rond 16u ’s middags, kwam ik aan in Cape Maclear. Lichtelijk geradbraakt en mezelf al afvragend waarom ik in godsnaam het lumineuze idee gekregen had op reis te gaan! Een blik op de eindbestemming maakte echter veel goed: dit was het afzien waard! Een wit zandstrand, palmbomen en een uitgestrekte watervlakte zo ver je kon kijken. De lodge waar ik verbleef was ook dik in orde: een aangename dorm aan het strand en meer, goede bedden én (niet onbelangrijk) goed sanitair met warme douches! Jaja, een echte douche waar warm, stromend water uitkomt. Na twee maanden een emmer met warm water, was dit zowat de grootste luxe die ik me kon inbeelden! Puur genieten :)
De drie dagen dat ik in Cape Maclear was, heb ik op zich geen grootse dingen gedaan: aan het strand liggen, lezen, af en toe zwemmen, met de voeten in het water een lange strandwandeling maken, één dag met een bootje mee naar een eilandje om er te snorkelen (visjes in alle kleuren van de regenboog), verse vis en ander lekkers eten. Gewoon heel erg genieten van het zalig weinig doen. En de batterijen opladen om een paar dagen later vol goede moed aan de terugreis te beginnen!
Over mijn laatste nacht in Monkey Bay, het stadje van waaruit ik de dag nadien in alle vroegte de bus terug naar Lilongwe moest nemen, en het onaangenaam ontwaken midden in de nacht in een bed vol mieren, ga ik hier niet uitweiden. Noch over de terugrit die even onaangenaam was als het opgaan. Kwestie van de idylle niet te veel te doorprikken.
Moraal van het verhaal: zalig mooie plekjes bestaan, alleen moet je er soms wat voor over hebben om er te geraken en ze met eigen ogen te aanschouwen. Gelukkig heeft een mens de neiging vooral het goede te onthouden, en het minder aangename snel uit zijn geheugen te wissen. Terug thuis was het eerst dat ik dacht dan ook: dit smaakt naar meer!!!
Amai, knappe foto's. Zo te zien heb je het er wel naar je zin!
BeantwoordenVerwijderen