Zomba is een klein, op zich niet zo spectaculair stadje, maar wel mooi gelegen in een vallei omringd door bergen, en heel groen. Tijdens de koloniale periode was het de hoofdstad van het Britse Centraal-Afrikaanse Protectoraat. Na de onafhankelijkheid bleef het de hoofdstad van Malawi tot 1975, toen de toenmalige president besloot Lilongwe als nieuwe hoofdstad aan te duiden.
Dat Zomba ooit het koloniale hart van de streek was, voel je nog als je in en rond de stad loopt. Zo heb je nu bijvoorbeeld een groot golfterrein waar vroeger de oude Engelse club lag. Iets buiten het centrum zie je overal verspreid oude landhuizen. Ooit moeten dit zeer mooie gebouwen geweest zijn, een thuis voor de koloniale families. Nu zijn deze huizen vooral een overblijfsel van vergane glorie, nog steeds bewoond maar weinig onderhouden en langzaam maar zeker verder aan het vervallen.
Boven Zomba torent het Zomba-plateau uit, een hooggelegen vlakte waar het heel mooi wandelen is. Na een dagje rondlopen in Zomba, ben ik samen met een gids een dag gaan wandelen op het plateau. Om 5u30 uit de veren, met een taxi tot boven op het plateau gereden (energie sparen voor de wandeling op het plateau zelf) en om 6u30 beginnen wandelen. De hele dag was puur genieten!
Op zich was het wandelen niet moeilijk noch vermoeiend. Het plateau zelf is eerder glooiend, lichtjes omhoog en omlaag maar nooit echt grote hoogteverschillen. In de loop van de dag hebben we heel uiteenlopende landschappen doorkruist. Een deel was tropisch bos, waar je de apen in de bomen ziet slingeren (ik was blij als een klein kind toen ik de eerste apen zag!). Een ander deel is aangeplant bos. Hier staan vooral dennenbomen en andere Europese, geïmporteerde bomen. Toen we hier doorheen liepen, leek het wel alsof ik in de Ardennen liep. Het zicht maar ook de geur en het gevoel was precies zoals bij ons. Een lichtjes bizarre ervaring, maar wel leuk.
Even later passeerden we een houthakkerskamp. Hier leerde ik dat de bomen worden omgekapt voor hout, dat zowel in als buiten Malawi gebruikt wordt. De houthakkers wonen weken en soms maanden in het kamp, in kleine hutjes en tenten, zonder enige luxe. Een vrij hard en eenzaam bestaan lijkt me.
Hier en daar kwamen we op een open vlakte, aan de rand van het plateau, waar je uitkijkpunten met spectaculaire zichten op de Afrikaanse vlaktes hebt. Echt adembenemend! Zo zag ik in de verte de Shire-rivier waar nijlpaarden, olifanten, krokodillen, antilopen etc. thuis zijn. De dieren zelf kon ik niet zien. Daarvoor was de afstand veel te groot, maar het tweede deel van mijn reis zou mij naar het Liwonde Nationaal Park aan de oevers van de rivier brengen, waar ik ze met eigen ogen zou kunnen aanschouwen.
Na de uitkijkpunten en de open vlaktes, liepen we weer het bos in. Ik zag een grote waterval, een idyllisch meertje verscholen tussen de bomen, en tijdens de afdaling van het plateau terug naar mijn hostal in Zomba nog meer slingerende apen. Moe maar meer dan tevreden kwam ik rond 16u30, na een tocht van meer dan 10u aan in de Pakachere lodge waar ik verbleef. Dit was een heel mooie dag!
