vrijdag 29 juni 2012

Zomba

Onlangs ben ik weer op reis geweest. Deze keer ging het naar Zomba en nadien Liwonde.


Zomba is een klein, op zich niet zo spectaculair stadje, maar wel mooi gelegen in een vallei omringd door bergen, en heel groen. Tijdens de koloniale periode was het de hoofdstad van het Britse Centraal-Afrikaanse Protectoraat. Na de onafhankelijkheid bleef het de hoofdstad van Malawi tot 1975, toen de toenmalige president besloot Lilongwe als nieuwe hoofdstad aan te duiden.

Dat Zomba ooit het koloniale hart van de streek was, voel je nog als je in en rond de stad loopt. Zo heb je nu bijvoorbeeld een groot golfterrein waar vroeger de oude Engelse club lag. Iets buiten het centrum zie je overal verspreid oude landhuizen. Ooit moeten dit zeer mooie gebouwen geweest zijn, een thuis voor de koloniale families. Nu zijn deze huizen vooral een overblijfsel van vergane glorie, nog steeds bewoond maar weinig onderhouden en langzaam maar zeker verder aan het vervallen.





Boven Zomba torent het Zomba-plateau uit, een hooggelegen vlakte waar het heel mooi wandelen is. Na een dagje rondlopen in Zomba, ben ik samen met een gids een dag gaan wandelen op het plateau. Om 5u30 uit de veren, met een taxi tot boven op het plateau gereden (energie sparen voor de wandeling op het plateau zelf) en om 6u30 beginnen wandelen. De hele dag was puur genieten! 

Op zich was het wandelen niet moeilijk noch vermoeiend. Het plateau zelf is eerder glooiend, lichtjes omhoog en omlaag maar nooit echt grote hoogteverschillen. In de loop van de dag hebben we heel uiteenlopende landschappen doorkruist. Een deel was tropisch bos, waar je de apen in de bomen ziet slingeren (ik was blij als een klein kind toen ik de eerste apen zag!). Een ander deel is aangeplant bos. Hier staan vooral dennenbomen en andere Europese, geïmporteerde bomen. Toen we hier doorheen liepen, leek het wel alsof ik in de Ardennen liep. Het zicht maar ook de geur en het gevoel was precies zoals bij ons. Een lichtjes bizarre ervaring, maar wel leuk.


Even later passeerden we een houthakkerskamp. Hier leerde ik dat de bomen worden omgekapt voor hout, dat zowel in als buiten Malawi gebruikt wordt. De houthakkers wonen weken en soms maanden in het kamp, in kleine hutjes en tenten, zonder enige luxe. Een vrij hard en eenzaam bestaan lijkt me.

Hier en daar kwamen we op een open vlakte, aan de rand van het plateau, waar je uitkijkpunten met spectaculaire zichten op de Afrikaanse vlaktes hebt. Echt adembenemend! Zo zag ik in de verte de Shire-rivier waar nijlpaarden, olifanten, krokodillen, antilopen etc. thuis zijn. De dieren zelf kon ik niet zien. Daarvoor was de afstand veel te groot, maar het tweede deel van mijn reis zou mij naar het Liwonde Nationaal Park aan de oevers van de rivier brengen, waar ik ze met eigen ogen zou kunnen aanschouwen.




Na de uitkijkpunten en de open vlaktes, liepen we weer het bos in. Ik zag een grote waterval, een idyllisch meertje verscholen tussen de bomen, en tijdens de afdaling van het plateau terug naar mijn hostal in Zomba nog meer slingerende apen. Moe maar meer dan tevreden kwam ik rond 16u30, na een tocht van meer dan 10u aan in de Pakachere lodge waar ik verbleef. Dit was een heel mooie dag! 


Liwonde

De dag na mijn lange wandeling op het Zomba-plateau, nog wat stram in de benen, vertrok ik naar Liwonde. Deze plaats ligt op een uur rijden van Zomba, op de terugweg richting Lilongwe, en aan de rand van het nationaal park.

Via via hoorde ik dat ik best naar Bushman’s Baobab kon gaan, een lodge net buiten het nationaal park. Heel mooi en rustig gelegen, lekker eten en de nijlpaarden hoor je er regelmatig in de verte brommen. ’s Nachts zouden ze zelf tot in het kamp komen, net als de olifanten af en toe. Maar niks om je zorgen over te maken, zo hoorde ik nog meer.


Om in het kamp te geraken, moest ik aan de bushalte van Liwonde een fietstaxi nemen. Dit is gewoon een fiets met een kussen achterop het fietsrek. Tegen een kleine prijs brengen zij je waar je maar wilt. Tot aan het kamp was het toch een halfuurtje achterop de fiets, rijdend op een aarden weggetje, door de Afrikaanse vlaktes. Hoog gras om je heen, hier en daar een baobab in het landschap en af en toe een klein dorpje, maar verder niets eigenlijk.

Het kamp zelf was inderdaad mooi gelegen, proper en idyllisch. Een oase van rust. Uiteindelijk ben ik er twee dagen gebleven. In die twee dagen hoorde ik inderdaad voortdurend nijlpaarden op de achtergrond (zij maken een laag, brommend geluid, vergelijkbaar met een bastoon). Ik maakte een kanotocht op de rivier, waarbij ik groepjes nijlpaarden zag, rustend in het water. Vogels allerhande. Antilopen, wilde zwijnen en termietenheuvels op de oevers. Een heel speciale ervaring: alleen in een bootje op het water (wel met iemand om te roeien) met rondomrond het landschap en de dieren. Het leek bijna als in een droom…


Na de kanotocht had ik het geluk met een pas aangekomen groep toeristen, bij valavond, mee te mogen rijden met hun jeep naar en in het nationaal park. Net buiten het kamp waar ik verbleef, zagen we meteen drie olifanten langs de weg. Met andere woorden, ook al is er een nationaal park, aangezien er geen omheining is, lopen de dieren gewoon vrij en overal rond. Een olifant of nijlpaard tegenkomen in het kamp, op weg naar de toiletten midden in de nacht, is dus niet onmogelijk!

Tijdens de jeeptocht heb ik nog een paar dieren gezien: een olifant, een nijlpaard, antilopen en een paar wilde zwijnen. Het was minder dan ik gehoopt en verwacht had, maar toch leuk en spectaculair. Vooral wanneer je een olifant of een nijlpaard ziet, ben je toch even sprakeloos en mateloos gefascineerd!




Samengevat was ook Liwonde een mooie en onvergetelijke ervaring. Een voorsmaakje van wat komen gaat, denk ik, want weldra ga ik voor vier dagen naar Zambia, op een echte safari naar het South Luangwa Nationaal Park, één van de mooiste parken in de regio! waar je wilde Afrikaanse dieren overal kan spotten. Daar kijk ik heel erg naar uit! Nog een paar nachtjes slapen en dan is het zover!

woensdag 20 juni 2012

De chitenje

Wie aan Afrika denkt, associeert dit waarschijnlijk met veel kleur. En dat is ook zo. Mensen kleden zich hier kleurrijk en vrolijk. Een typisch en onontbeerlijk kledingstuk voor vrouwen is de chitenje.

Een chitenje is een doek van ongeveer één meter op twee. Deze wikkel je als lange rok om je lichaam, maar kan je ook gebruiken om je baby of zelfs kleuter in te vervoeren. In dat geval bind je de chitenje om je rug, zoals je met een draagdoek doet. Daarnaast kan de chitenje ook dienen om allerhande materialen te vervoeren, op de rug of op het hoofd. Kortom het is een multifunctioneel stukje stof.

Een chitenje vind je in alle kleuren en motieven. Voor elk wat wils. Vaak heel mooi. En waar je ook kijkt, het lijkt wel of elke vrouw een ander en uniek stuk heeft.

Sinds kort weet ik waar je de chitenjes kan kopen: ergens verscholen in een hoek van de markt naast de busterminal in area 2 (de wijk naast de wijk waar ik woon). Ik moest even zoeken maar toen ik de plek vond, was het bijna of er een wereld voor me openging: Een grote overdekte ruimte en waar je ook kijkt mensen die tientallen kleurrijke chitenjes verkopen. Onmogelijk om er slechts één uit te kiezen! Zeker als je weet dat één chitenje tussen de 750 en 850 Malawiaanse Kwacha kost. Omgerekend is dit tussen de 2,5 en 3,5 euro.

Naast de kraampjes met chitenjes heb je een ruimte waar een aantal kleermakers achter hun naaimachines (zo van die hele oude die je nog met de voet moet bedienen. Eigenlijk heel retro en modieus ;) zitten. Eenmaal een doek gekozen, kan je er als je wilt dus ook een rok of kleedje van laten maken. Alleen een goed patroon vinden om er echt iets moois van te maken, is iets moeilijker.

Mijn verblijf in Malawi begint stilaan reeds te korten, maar alvorens ik weer huiswaarts keer, staan er toch nog meerdere bezoekjes aan dit klein stukje “modeparadijs” op mijn programma!

Dierenleed

Een kip zijn in Malawi is vaak niet evident. Er zijn een aantal voordelen ten opzichte van kippen van bij ons. Zo kunnen de meeste kippen van geboorte tot dood vrij en zorgeloos rondscharrelen in en rond het huis of dorp waar ze verblijven. Tot op dat punt is alles rozengeur en maneschijn.

Echter, wanneer je als kip getransporteerd wordt van de ene naar de andere plaats, begint de miserie. Als je bij de gelukkigen bent, wordt je in een kartonnen doos met wat kijk- en ademgaten geplaatst om zo aan je reis te beginnen.

Reeds iets minder aangenaam is het wanneer men je bij de beide poten vastbindt en op schoot neemt in een overvolle bus of minibus waar je dan vaak uren zo blijft zitten, tot je eindelijk je bestemming bereikt. Nog erger wordt het wanneer je eigenaar geen zitplaats op de bus vindt, en je dan maar aan je vastgebonden poten, met de kop omlaag in zijn handen houdt. Ook vaak voor uren aan een stuk. Wanneer de eigenaar, en jij dus ook, dan nog eens vanuit alle kanten wordt geduwd door medereizigers die ook een beetje plaats willen, wordt het helemaal een avontuur.

Echter, dit alles verzinkt vermoedelijk in het niets, wanneer je het volgende lot te wachten staat: samen met zeker twintig andere kippen, een tiental aan elke zijde, springlevend, aan je poten en dus ondersteboven aan het stuur van een fiets te worden opgehangen om zo van punt A naar punt B vervoerd te worden, waarbij in veel gevallen beide punten ettelijke kilometers van elkaar verwijderd zijn. De vele putten en oneffenheden op de weg nog buiten beschouwing gelaten. Dat is pas de hel!

Op zo’n momenten kan je vermoedelijk enkel eens heel diep zuchten en denken: het is niet altijd fijn om een kip in Malawi te zijn.